mei 272014
 

In de week voor vijf mei had ik vakantie. Mijn vrouw en ik  stonden met de caravan op een minicamping vlakbij Deventer, aan de IJssel. Daar was het heerlijk rustig. Je kon zo het bos inlopen, met hoge beuken en eiken – net in het groen. In de sloot vlakbij zwommen duizenden kikkervisjes. In de holte van een dode boom zat een bonte specht te broeden. En soms hoorde je uit de tent van een gepensioneerde hippie muziek van Bob Dylan klinken. Met alle hoop op betere tijden die de wereld in de 60-er jaren had. The times they are changing. Maar ondertussen bleven ook berichten over de Oekraïne doorkomen. Je zag de immense haat van strijders op de barricades. We hoorden van de  meisjes die ontvoerd waren in Nigeria. En de media begonnen zich te richten op vier en vijf mei. Op de vierde mei zou er een programma op de televisie komen over kinderen in het concentratiekamp van Theresiënstadt, die muziek maakten – om zo het leven een beetje draaglijk te maken.

Wij genoten van de vrijheid, van de natuur – van ontmoetingen met leuke mensen. Maar ondertussen besef je: dit is wel bijzonder. Vrijheid, welvaart, vrede zijn niet vanzelfsprekend. Het kan zo verloren gaan. – Het kan je bang maken, die berichten uit Rusland, Nigeria, de berichten over geradicaliseerde strijders die uit Syrië weer naar Nederland terugkomen.

Op een gegeven moment reden twee motorrijders de camping op. Ik zag de gepensioneerde hippie denken: wat gaat er nu gebeuren? Is het nu afgelopen met de vrede en de rust? Ze zetten een tentje op, de motoren ernaast, en gingen een hapje eten aan één van de houten picknicktafels die er stonden. ’s Avonds maakte ik een praatje met hen. Hij was leraar op een middelbare school. Zij werkte in het reclamewezen. In hun vrije tijd hielden ze zich bezig met muziek en kunst. En daar hebben ze een bedoeling mee: mensen bij elkaar brengen. Ze hebben contacten in heel Europa, in Turkije en in Israël en Palestina, met jongeren en ouderen die hetzelfde nastreven: dat mensen zich verenigen in de goede zin. Niet met een eigen clubje tegen anderen. Maar over de grenzen en verschillen heen. Zo vertelden ze over joodse en palestijnse jongeren, die met elkaar muziek maken – en overal ter wereld optreden. Alleen niet in Israël en Palestina: daar is hun boodschap van vrede te bedreigend…

De motorrijders, Marcel en Nicole, maken ook schilderijen. Ze kijken naar het journaal – naar berichten en beelden waar je vaak niet blij van wordt.  ‘Er komt daarmee zoveel over je heen’, zeiden ze, ‘dat je soms alleen de ellende nog ziet. Maar bijna niet meer dat het allemaal mensen zijn die het overkomt en mensen die elkáár de raarste dingen aandoen’. Zij nemen dan één sprekend beeld, tekenen dat over, en schilderen het op een groot doek, zwart, tegen een prachtige rode achtergrond. Met daaronder de vraag: hoe zijn wij eigenlijk bezig?

Eén schilderij trof me in het bijzonder. Daarop stond een meisje ergens in Syrië. Ze was gefilmd in een vluchtelingenkamp, of  in een kapotgeschoten stad. Ze had haar handen omhoog, op de manier zoals een priester of predikant doet, wanneer hij bidt: open naar boven. In dit geval: open naar de medemens. In haar handen stond geschreven: Notice me. Zie me!

Op zondagmiddag 4 mei kwamen we weer thuis. Een uurtje na de dodenherdenking  belde ik mijn moeder van 85. Ze had de TV uitgedaan, zei ze. Ze kon het niet aanzien, de documentaire over de vermoorde kinderen van Theresiënstadt en het nieuws over al dat  andere geweld dat maar doorgaat. Ik vertelde haar van het project van de twee kunstenaars, die mensen met elkaar willen verbinden. Over het schilderij van het meisje. Over haar gebed. ‘Dat is goed!’, zei ze. ‘Die dingen gebeuren natuurlijk ook!’ Ja, zulke goede dingen gebeuren ook. Het gaf haar weer ruimte. – Dat goede komt van mensen die elkaar zien staan. Het komt tegelijk van  de Geest van God, die mensen elkaar doet verstaan. Die ons een levend hart geeft en nieuwe ogen (Oosterhuis). Met Pinksteren vieren we het feest van zijn aanwezigheid.