sep 112014
 

Het was een rare zomer. Je ziet uit naar zon en vakantie – naar ontspanning. In de kranten en op het nieuws is er in juli en augustus meestal spraken van ‘de komkommertijd’. Er gebeurt niet veel, zo lijkt het dan wel. Maar daar was de afgelopen maanden bepaald geen sprake van. Wat raast er een wreedheid,  een geweld en een narigheid over de wereld.   De oorlogen  in de Oekraïne, de terreur  in Syrië en Irak, Israël en Gaza. De uitbraak van ebola in Afrika. Tussendoor een aardbeving in China, een vloedgolf hier en daar. En vlucht MH-17… Iedereen kent bijna wel iemand die een familielid of bekende verloren heeft, toen het vliegtuig door een raket uit de lucht werd geschoten.

Ik merk dat veel mensen bang zijn. Bang voor wat ons boven het hoofd hangt. De economische crisis in nog niet eens voorbij, of er lijkt een  crisis aan te komen die de wereld wel eens in brand zou kunnen steken. Regeringen lijken onbetrouwbaar: is een organisatie als ISIS niet in het leven geroepen omdat allerlei grootmachten daar belang bij hadden? En zit men nu met een afschuwelijk monster. En terroristen gaan graag dood voor het doel dat zij zichzelf gesteld hebben. En dat doel heiligt alle middelen. Wat kan er dan niet gebeuren?  Ja, wat gebeurt er al niet aan vreselijke dingen!

Bijna tweeduizend jaar geleden sprak Jezus woorden die weer heel actueel lijken (Mattheüs 24:6-8).Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen. Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er hongersnoden uitbreken en zal de aarde beven: dat alles is het begin van de weeën.’

Deze woorden werden gesproken voor de mensen van toen. Om ze moed in te spreken. Het gaat hier naar mijn mening  niet zozeer om een voorspelling, die een keer zal uitkomen. Dat de wereld zal vergaan enzovoort. Het gaat om dingen die telkens weer gebeuren in de geschiedenis: oorlog en ellende. Weliswaar staat er dat zinnetje: deze dingen moeten gebeuren. Maar dat moeten betekent niet dat God dat  wil of zoiets. Het betekent eerder: hier moeten we doorheen. Want vervolgens staat er: dit is het einde niet.

Weer zo’n lastig vertaalbaar woord: ‘het einde’. Letterlijk staat er in het oorspronkelijke Grieks iets als: dit is het doel niet, dit is de eindbestemming niet. Jezus vergelijkt de pijn en de ellende waar mens en wereld doorheen moeten met de weeën van een vrouw die een kind krijgt.  Dwars door alle pijn en moeite heen wordt er nieuw leven geboren. Een kind. Nieuwe toekomst. En wanneer dat  ‘kind’ er is, ben je de pijn (meestal) snel vergeten.

Het zal een keer afgelopen zijn met de ellende, staat hier in Matthéüs.  Het zal een keer afgelopen zijn met al die oorlogen, dood en verderf. God maakt alles nieuw, zegt Jezus. Hij laat je niet vallen! Dus: houd vol, om het goede te doen. Laat je niet verlammen door angst en machteloosheid. Heb vertrouwen, geloof daarin!

Wat kunnen we doen, als mensen die wonen op het platteland van Noord-Holland, in een wereld vol geweld en bedrog? Ik denk dat  het goed is om het om te draaien. Er lijkt een groot monster tegenover je te staan – en dat is het ook. Dan voel je je klein en onmachtig. Maar dat monster kan worden weerstaan door iets heel kleins: het zaadje van geloof, hoop en liefde. Door schijnbaar kleine dingen te doen – vanuit liefde. Dat zaadje kan uitgroeien tot een boom, zegt Jezus ergens anders, waar alle vogels van de hemel , dat wil zeggen alle mensen, met al hun verschillen, een veilig plekje zullen kunnen vinden.

Om als tamelijk onmachtige mensen op het platteland van Noord-Holland van het beklemmende gevoel over het wereldgebeuren af te komen:  je hoeft daarvoor vaak alleen maar met elkaar in gesprek te gaan – open voor wie je medemens is. Je hoeft soms alleen maar een naaste in moeilijkheden, die op je weg komt, te helpen. Concreet, of door  gewoon te luisteren… En je mag bidden, alleen en samen, om alles wat je naar beneden drukt en bang maakt aan God voor te leggen. Dat soort dingen kan alles in een ander licht zetten. Dat kan letterlijk iets van vrede geven, in je hart en onder elkaar. Geloof, vertrouwen in de overwinning van de liefde en de verbondenheid. Zulk vertrouwen, die nieuwe hoop brengt je weer in beweging.

Je beseft dan nog steeds: We moeten samen ergens doorheen. Maar er zal toekomst zijn. Door God en bij God. En vanuit dat besef kun je hier en nu leven, ontspannen, lachen, genieten. Want het geweld, de ellende, de hufters, ziekte en dood – die hebben niet het laatste woord.

Ds. Piet Monsma