okt 232014
 

Op het grasveld tegenover ons huis liggen gele bladeren in een grote cirkel onder een boom. Andere bomen en struiken tooien zich met de mooiste kleuren. Het is herfst. De blaadjes vallen. Zilveren zonlicht sprankelt er over heen en brengt leven in het palet. Ik vind het schitterend. Maar er kan zo een storm opsteken, grauwe wolken jagen langs de lucht, koude slagregens maken de grond zompig en de bladeren waaien weg en belanden  op grote rottende  hopen.  De bomen staan in één keer kaal en grijs naar de donkere hemel te reiken. Een paar zielige blaadjes in de toppen herinneren nog aan de zomer. Maar ook zij zullen vallen. Het is niet voor niets dat veel mensen zich in de herfst en de winter geestelijk minder goed voelen. Er is steeds minder licht. De nachten worden lang en koud.  

 De herfst en winter zijn een beeld voor het leven. Want  het gevoel dat de nachten langer worden en het licht minder, kan ons ook op een andere manier beklemmen. Iedere morgen wanneer mijn wekkerradio gaat,  hoor ik over IS,  en de oorlog in Irak en Syrië. Zo ook op de ochtend dat ik deze meditatie schrijf: We sturen een paar F 16’s! En de Belgen ook!  We kunnen wat doen! Alles beter dan dat  beklemmende gevoel van machteloosheid…   Daarna vertelt de nieuwslezer over verkeersongevallen in de mist. Ebola en de Oekraïne zijn kennelijk weer een beetje uit. Maar de ellende in Afrika en aan de grens van Rusland zijn bepaald niet voorbij.  – Het nieuws lijkt vaak wel een vervolgverhaal met altijd hetzelfde liedje. Het lied van oorlogen, honger, ongelukken, ellende.

 Veel mensen zijn bang. Het duister neemt toe. Miljoenen mensen – overal ter wereld – weten niet wat de toekomst brengen zal. Dat gevoel is in een vluchtelingenkamp in Libanon en Turkije en in de streken waar ebola rondwaart wel wat anders dan hier in Noord Holland. Maar ook in onze streken weten sommige mensen niet of er de komende dagen wel voldoende eten zal zijn. Ja, ze weten dat het er niet zal zijn – en dan prangt de vraag: komt er ooit een kentering, een  verandering  ten goede? Zal er ooit een tijd zijn dat we weer grond onder de voeten hebben, een dak boven het hoofd, beschutting – en uitzicht op  betere tijden? En als je psychisch of lichamelijk lijdt en het perspectief is zoek: wanneer valt er weer licht in het donker?

Vragen als deze zijn van alle tijden. Ook in Jezus’  dagen had men er mee te kampen. Er was armoede, onderdrukking, onrecht – oorlog vaak. En ook al waren er momenten dat de dingen een keer ten goede leken te nemen, tijden van hoop – altijd weer nam ‘het oude liedjehet weer over. Het lied van een  herfst die overgaat in een koude, natte winter. – Echter verandering was er niet. Waar gaat het dan naar toe met de wereld?

Jezus sprak hierover met de mensen van zijn tijd. En hij wees op zo’n kale boom. Hij verliest zijn blad in de winter, zei Hij, maar als je goed kijkt zie je ook al knoppen. Knoppen die wachten op het voorjaar. Ja, eigenlijk verwacht die kale boom dat het weer anders worden zal, dat het warme licht het zal winnen van het donker en de kou. Onzichtbaar, onder de schors, zijn er krachten die die verwachting wekken, de krachten van geloof, hoop en liefde – die alles te maken hebben met een besef van verbondenheid met God.  Met Gods onzichtbare wereld, die in zijn liefde met alles en iedereen betrokken is, – en die mens en wereld terecht zal brengen, in vrede, in het Licht. Zelfs het kwaad wordt  door Hem ten goede gedacht,  de tranen zullen worden afgewist.

Die wereld komt ons tegemoet. Zoals zonnestralen in het voorjaar de wachtende boom. Dwars door het donker heen wordt het Licht geboren dat alles en iedereen omvat en zal omvatten. Dat vieren we straks met Advent  (=naderende komst) – de weken voor Kerst. En wie nu al door dit Licht geraakt wordt, zingt een nieuw lied. Die staat op, worden weer mens.

 

Licht, ontloken aan het donker

Licht, gebroken uit de steen,

Licht, waarachtig levensteken,

Werp uw waarheid om ons heen.

 

Licht, geschapen, uitgesproken,

Licht, dat straalt van Gods gelaat,

Licht uit licht, uit God geboren,

Groet ons als de dageraad.

 

Licht, aan liefde aangestoken,

Licht, dat door het donker brandt,

Licht, jij lieve lenteboden,

Zet de nacht in vuur en vlam!

 

(Sytze de Vries, Lied 600 uit Het nieuwe Liedboek)