dec 112014
 

Het Kerstverhaal van de herders in het veld, die ’s nachts de wacht houden over hun kudde, boven wie de donkere, gesloten hemel opengaat blijft elk jaar weer miljoenen mensen aanspreken. Het is ook mijn favoriete verhaal over de geboorte van Jezus.

Het is ook heel bijzonder. Lukas vlecht twee geschiedenissen in één. De historie van de wonderbaarlijke geboorte van Jezus – als kind van Jozef en Maria – in Bethlehem in een stal, midden in een wereld, waarin veel mensen het niet best hebben. Wanneer Jezus geboren is komt er een nieuw verhaal op gang: boven andere mensen gaat de hemel open, er straalt licht op de herders en hun kudde, engelen zingen over de heerlijkheid van God en vrede op aarde. Wanneer deze herders dan dat kind gaan zoeken en vinden, gaan ze het nachtelijk duister  weer in, het leven op aarde gaat als het ware ‘gewoon’ door. De geschiedenis gaat als gewoon door. – Maar er is iets nieuws begonnen, het leven ziet er anders uit: de herders zingen het lied uit hemel mee. Geraakt door de liefde van God die in dit kind een gezicht krijgt.

De afgelopen jaren heb ik veel gesproken met mensen die een bijna dood ervaring hebben gehad. En tegelijk heb ik er een hoop over gelezen.  Er verschijnen nogal boeken over dit onderwerp, en er wordt serieus studie naar gemaakt. Tegenwoordig worden veel mensen gereanimeerd en sommigen van deze hen hebben dan wonderlijke ervaringen meegemaakt. Ze traden uit hun lichaam, zagen de dokters bezig, voelden geen pijn meer, zagen een licht dat aan hen trok, hoe dichter ze erbij kwamen, hoe meer liefde en vrede ze voelden. Ze ontmoetten overleden familieleden en andere ‘wezens’ die hen begeleidden op die weg. En vaak (niet altijd) was het zo mooi, dat het bepaald niet prettig was om terug te moeten in het lichaam. Want daar was de pijn, de ellende. Maar – vertelden sommigen – het was soms ook een keus. Een  moeder vertelde dat ze terugkeerde uit liefde voor haar man en kinderen. Daarvoor had ze al die pijn wel over.

Over het algemeen is het zo dat mensen die iets dergelijks hebben meegemaakt met andere ogen naar het leven zijn gaan kijken. Ze weten hoe belangrijk het is om er voor elkaar te zijn. Ze zien meer de schoonheid van de dingen. Ze zijn ook heel gevoelig geworden zinloosheid, voor zaken die eigenlijk niets voorstellen, maar waar toch zoveel mensen naar jagen. Prestaties leveren, beroemd worden en ga maar door. Bang voor de dood zijn ze al helemaal niet meer. Ze hebben vertrouwen. Want ze weten van een wereld achter onze wereld, een wereld van licht, vrede en liefde, die door en door met de onze is verbonden.

We praten nu over een ervaring die voorkomt in alle tijden en culturen. En je hoeft er niet ‘bijna dood’ voor te zijn om deze mee te maken. In bepaalde omstandigheden kan het mensen zomaar overkomen. Mystici in alle godsdiensten zoeken ernaar en ervaren het soms ook. De apostel Paulus vertelt erover in zijn brieven en op de schilderijen van Jeroen Bosch zien we die tunnel van licht, die mensen met een Bijna Dood Ervaring ingaan. Wat dit in aanraking komen met die wereld van licht, liefde en vrede betreft, kun je eigenlijk beter spreken van een Bijna Hemel Ervaring.

Waarom noem ik dit in een overdenking voor de Kerst? – Omdat het geboorteverhaal van Jezus precies zulke dingen beschrijft. Maar dan omgekeerd. In plaats van dat hier iemand zijn lichaam verlaat en opstijgt naar de hemel, het licht tegemoet, komt Jezus uit de hemel naar beneden,  in de pijn, in het donker, tussen de mensen. En dat is een bewuste keus. God zit niet stil te wachten tot wij een keer bij Hem ‘boven’ komen, er is ‘boven’ betrokkenheid bij ‘beneden’. Die bewogenheid brengt de hemel in beweging!  God ziet om naar wie in de diepte verkeren en gaat er naar toe. Zijn liefde wordt vlees en bloed in het leven van Jezus– en Hij doet dat om mens en wereld in het licht te zetten. Om vrede te brengen – op aarde en in onze harten.

Het gaat ‘de hemel’ erom dat ‘mensen en dieren’ op aarde zullen kunnen LEVEN, met een hoofdletter. Daarom juichen de engelen wanneer dit Kind is geboren.- De eerste mensen die geraakt worden door zijn liefde zijn die herders in de nacht, met hun dieren. Deze herders zijn het beeld van mensen zoals ze bedoeld zijn: een hoeder en behoeder en beschermer te zijn voor elkaar en voor de schepping. Maar degenen die dat proberen hebben het zwaar. Want het onrecht heerst op aarde, mens en dier worden vaak gebruikt –  misbruikt – om het leven van anderen te vergemakkelijken. We weten allemaal hoe ver dat gaat. Hoeveel mensen, volken daardoor in het verdomhoekje terecht zijn gekomen. En veel rijken en machtigen maar mooi weer spelen, met alle glamour en rijkdom die daarbij horen. Om jaloers op te worden. Maar wees eens eerlijk: wie wil daar niet iets van? Van al die pracht en praal en aandacht?

De glamour, de lichtglans, de heerlijkheid van God  en Jezus  is van een heel andere aard. Die gééft aandacht en zet mensen in het verdomhoekje in het licht. Het licht van God geeft ons allen – geslaagd in het leven of aan lager wal geraakt – een levend hart en nieuwe ogen.  Waardoor verhoudingen nieuw worden. Tussen mannen en vrouwen, tussen knechten en bazen, tussen rijk en arm. – Wie wil daar niet van, van die vrede, van dat stukje hemel op aarde? In deze verbondenheid van God met ons zit Toekomst. En die komt naar ons toe! Zoek het als de herders in de nacht en je zult het vinden! 

Het Koninkrijk van God is vlakbij. Soms in de gestalte van een medemens, die je nodig heeft. En terwijl je wel eens kunt denken dat je daaraan al je toekomstdromen en plannen kunt verliezen, – wat trouwens helemaal waar kan zijn – kan juist deze toewijding, dat offer je alles geven wat leven tot LEVEN maakt. – In ieder geval, zo deed Jezus het. Hij kwam op aarde om te helpen en trok en trekt mens en wereld in het Licht. Hij werd medemens en zijn lach maakte van de herders nieuwe mensen. Mensen, en ook dieren, die op hun beurt Hem verwelkomden en met hun warmte en hun blijdschap zijn stal verwarmden.

Uit uw verborgenheid

Nu aan de dag getreden,

Hebt gij uw heil gezocht

Bij mensen, hier en heden.

Zoals Gij kwam om ons

met vrede te ontmoeten,

Laat het ook vrede zijn,

Waarmee wij U begroeten.

 

(Sytze de Vries, lied 500 vers 3 in het Liedboek)