mei 202013
 

Er staan ons bijzondere dagen te wachten. Koninginnedag op 30 april, de troonswisseling, 4 en 5 mei, Hemelvaart en Pinksteren. Vooral de laatste twee feesten stellen veel mensen in de gelegenheid om al vast een voorproefje te nemen van de zomervakantie. Om te recreëren.

Laat het daar op het Pinksterfeest precies om draaien. In de kerk vieren we dan het feest van de komst van de Geest – die mensen tot nieuwe mensen maakt. Door – laat ik het zo eens noemen – de ‘leven gevende energie’ van Jezus, die in de hemel, de wereld van God is opgenomen uit te storten over de mensen.

Wanneer een regenlucht zijn water uitstort boven de woestijn, gaat de woestijn bloeien.

Die  blijkt vol met zaden te liggen, en met planten verborgen in het droge zand, die wachten op regen. Wanneer die komt wordt alles anders.

Zo gebeurt dat ook wanneer de Geest van God naar de mensen komt. Dan komt er liefde, verwondering in je leven. Dan ga je elkaar verstaan, begrijpen. Dan kijk je naar je zelf met andere ogen. Dan ontdek je en ervaar je zin in het leven, toekomst.

Maar is die Geest gebonden aan de kerk? Dat is lang beweerd. Buiten de kerk is geen heil, zo werd dan gezegd. ‘Heil’, dat is een oud woord – maar het heeft te maken met ‘heel worden’, met het helen van wonden en breuken in het bestaan. Dat je weer mens wordt, en mens met elkaar – dat je recreëert, op adem komt, wordt herschapen.

Gebeurt dat alleen binnen de kerk? Volgens mij niet. Eerder is het zo dat er kerk is –  een plek van helend contact van mensen met God – waar de Geest komt. In het dagelijks leven wordt ik vaak geïnspireerd door mensen binnen en buiten de kerk. Dat heeft telkens weer te maken met de Geest van de God van wie alle mensen ‘kinderen’ zijn. En God houdt van al zijn kinderen evenveel.

De predikant Nico ter Linden heeft jarenlang als geestelijk verzorger gewerkt in gevangenissenin Nederland en Amerika. Hij heeft daar mensen ontmoet die behoorlijk wat op hun geweten hadden. Zo kwam hij in Amerika in contact met een indiaan, Tasa geheten, die een oude man had vermoord voor zestig dollar, wat hem later levenslang opgeleverd had. Een gevaarlijk man, een droevige man. Een verschoppeling, ook binnen de muren van de gevangenis, waar hij nooit meer uit zou komen.

Ter Linden leidde daar vaak kerkdiensten en op een gegeven moment kwam Tasa naar hem toe met de vraag of hij voor één van die vieringen een gebed mocht maken. De dominee zei ‘ja’ en kreeg meteen daarna de zenuwen. Want wat zou dat worden, dat gebed van die halve heiden?

Het gebed heeft Ter Linden ervan overtuigd, dat de Geest van God ook buiten de kerk zijn werk doet. Want het gebed dat Tasa maakte was zo mooi en zo goed, dat hij het nog vaak gebruikt heeft. Ik geef het aan u door. Om er door geïnspireerd en gerecreëerd te worden.

O, grote Geest,

Wiens stem ik hoor in de wind

En wiens adem aan alles leven geeft, hoor mijn gebed!

Ik ben klein en zwak,

Ik heb uw kracht en wijsheid nodig. 

Laat mij in schoonheid wandelen

En geef dat mijn ogen immer aanschouwen mogen

De roodpurperen ondergang van de zon. 

Vervul mij met eerbied

Voor wat  Gij hebt gemaakt,

Maak mijn oren opmerkzaam

Om uw stem te horen,

Geef mij wijsheid om te verstaan

Wat Gij mijn volk hebt geleerd,

Leer mij de lessen die Gij verborgen hebt

In de bladeren, de bomen, de rotsen.

Geef mij de kracht, mij niet

Boven mijn broeders en zusters te verheffen,

Maar te bevechten mijn grootste vijand

Mijzelf.

Maak mij immer bereid om tot U  te komen

Met schone handen en met open ogen,

Zodat wanneer het leven dooft

Als de zon in de avond

Mijn geest tot U mag komen

Zonder schaamte.

(uit: Nico ter Linden, Schoffelen in de wijngaard)