mei 212013
 

Zaterdagavond 8 januari had ik mazzel. Mijn jongste dochter trakteerde me op een concert van Wende Snijders. Dus togen wij samen naar ‘het Patronaat’ in Haarlem, waar Wende met haar band zou optreden. Ik ben gek op muziek en vond het in mijn jonge jaren erg leuk om popconcerten af te struinen. Maar de laatste tijd was zoiets er niet meer van gekomen. Dus ik genoot. We vonden een plek op het balkon, dat ons uitzicht bood op het podium en op een krioelende mensenmassa onder ons. We konden ongegeneerd types bekijken en geintjes maken over hun gedrag, hun uitdossing, hun haar. ‘Zie je die daar…!?’ – De sfeer onder al die mensen was trouwens erg goed.

Na het voorprogramma ging een groot gordijn dicht, op het podium werden een paar dingen veranderd en toen het gordijn weer open werd getrokken zat daar achter een vleugel, midden in de schijnwerpers die haar blonde haar deden oplichten, gekleed in een sierlijk zwart jasje, een idem topje en een glinsterende zwarte broek: Wende.

Het publiek dat tijdens het voorprogramma geen moment zijn mond had gehouden was nu stil. Wende pakte ons vanaf het eerste moment allemaal in. En toen begon ze te spelen, te zingen, te praten met de mensen en weer te zingen. Eerst solo, zichzelf begeleidend op de vleugel, later kwam er een gitarist bij en vervolgens de hele band. Het begon zacht, intiem, toen volgde een daverend popconcert en swingden we bijna de tent uit. Na anderhalf uur non-stop muziek namen de artiesten afscheid, ‘we wanted more’ en Wende kwam terug met een muziekdoos en zong – heel mooi – een slaapliedje. Einde van de show.

We hadden oordopjes bij ons, maar ze waren niet nodig geweest. De liedjes klinken echter nog steeds na in mijn hoofd. De meeste kwamen van haar laatste CD ‘No 9’, die ik thuis heb en bijna iedere dag draai. Dus het is ook mijn eigen schuld dat ik voortduren die liedjes in mijn hoofd heb. Maar Wende zelf is er de voornaamste oorzaak van: zij is goed.

Ze zong in het Engels en in het Frans. Ik let bijna nooit op teksten, maar toen er een Nederlands lied volgde, ontkwam ik er niet aan. Het staat ook op de genoemde CD, maar dan in het Engels. Ze heeft het ooit geschreven naar aanleiding van het overlijden van een vriend. ‘Adem uit’ heet het. Ze vertelde over haar angst voor de dood. Ze had daarbij altijd een griezelige man met een zeis voor ogen, een angstaanjagende magere Hein. En ze wilde er een andere voorstelling bij hebben en stelde zich toen voor dat de dood een vrouw is, die je komt troosten, die je geruststelt en in haar armen neemt. De tekst die na deze inleidende woorden volgde neem ik hier op en wie het lied wil beluisteren kan terecht op internet (http://www.youtube.com/watch?v=05_VrTq7oc0).

 

Je ogen schieten door de ruimte
In elke hoek een groot gevaar
Ieder woord een donker teken
Elk geluid een valse snaar

 

En alles wat maar terugkijkt,
Is een kleine stille poging,
Je ziel te breken.

 

Ik zie je schuilen in je zinnen,
Ik zie de kaarten in je mouw.
Je lacht als kogels naar de vijand,
Je praat als vogels in paniek.
Maar als je handen de mijne raken,
Voel ik een verborgen, strak verdriet.

 

Maak je buik zacht, adem uit, lief.
Haal de messen uit je zakken,
Haal de spijkers uit je schouders.
Kom hier dan steel ik al je tranen,
Ik vang ze op en blaas je droog.
Die warme wind over je lichaam,
Maakt je wangen, rozig rood.

 

Je hoeft niet meer te vechten,
Het is afgelopen het is klaar.
Alle wolken zijn verdreven,
Alle wolven zijn naar huis.
Je hoeft niks meer te vragen,
Het is veilig,
Geloof me maar..

 

oooh oooh oooh
oooh oooh oooh

 

Kom leg je hoofd hier in mijn handen,
Tot je niet meer liggen kan.
Tot je langzaam, langzaam, kwetsbaar bent,
En niet meer bang.
Kom leg je hoofd hier in mijn handen,
Tot je niet meer denken wil,
Tot je langzaam, langzaam, langzaam, echt verloren bent,
En stil.

 

Maak je buik zacht, adem uit, lief
Adem uit

 

In zo’n concertzaal vang ik slechts flarden op van zo’n tekst. Maar voldoende om te weten en te voelen dat het hier gaat om een mens die bang is, pijn heeft, verdriet en die zich verzet, verweert – hij maakt zijn buik en vuisten hard, scherpt zijn blikken en zinnen alsof hij of zij het moet opnemen tegen een oppermachtige vijand die hem wil neerslaan en kapotmaken. Hij maakt van zichzelf een bunker, sluit zich daarin op, maar ondertussen weet hij dat hij verschrikkelijk kwetsbaar is. Deze angstige mens wordt gerustgesteld door iemand die hem troost, gerust stelt, veiligheid biedt waardoor hij zijn kwetsbaarheid kan tonen, zijn angst los kan laten, zich over kan geven – en als het ware opgelucht kan uitademen. Niet meer bang.

 

De dood als vrouw, als moeder… – Zo stelt Wende het zich voor en (zo begrijp ik uit interviews met haar die ik vind op internet) deze beelden en ervaringen bevrijden haar van haar eigen angst om te sterven en dat helpt haar om het leven te leven.

 

Maar zo’n tekst en lied gaan – zoals alle gedichten, teksten, psalmen, liederen – een eigen leven leiden. Zodra ze het  ten gehore brengt  doet het iets met mensen. Die worden geraakt, ontroerd; ze herkennen iets, en doen er vervolgens hun eigen ding mee. Zoals dat ook gaat in een kerkdienst met een lied, een gebed, een gedicht, een tekst.

 

Ik moet zeggen dat dit schitterende ‘Adem uit’ ook bij mij van alles losmaakte. Ik zag mijn eigen vader weer op zijn sterfbed. Ik zag stervende mensen die ik als predikant in het ziekenhuis of thuis bezocht. Maar ik zag ook mensen voor me die gevangen zitten in psychische problemen, die zich extreem angstig en onveilig voelen –  en van wie de ogen door de ruimte schieten en in elke hoek zit een gevaar. Mensen die soms snakken naar de dood, omdat die hen bevrijdt van hun innerlijke pijn, maar deze doodswens is meestal een enorme schreeuw, een noodkreet om leven, om veiligheid, vrede – een schreeuw om een mens, een gemeenschap, een God die dat kan bieden. Maar ze zitten zo verschrikkelijk gevangen in een bunker van angst en pijn. En ik zie mensen voor me die zo gebukt gaan onder de zorgen en de moeiten van het leven – die hen compleet in beslag nemen en waardoor ze het vertrouwen in de toekomst verliezen. Elke dag weer stress, zorgen om het inkomen, de kinderen en ga maar door. Je kunt er zo in gevangen zitten – en je moet door, je verhardt je, maar van binnen…

 

Eigenlijk had en heb ik bij dit lied geen associaties met ‘de dood’ als moeder, maar met mensen en met God die deze moederlijke liefde bieden. Waardoor je kunt ontspannen. Het uitademen zie ik als een kunnen loslaten van alles wat je bezwaart, waar je bang voor bent. En dat kan je laatste adem zijn – de laatste adem van een mens die op zijn doodsbed kan ‘heengaan in vrede’. Ik heb dat meermalen gezien, die glimlach, de ontspanning, de rust die dan op kan treden. Al heb ik ook wel eens wat anders gezien, moet ik eerlijk zeggen.

 

Maar dit lied betekent meer, het gaat niet alleen om lichamelijk sterven: het gaat voor mijn besef ook over ‘een uitademen’, dat het mogelijk maakt weer ‘op adem te komen’, ‘nieuwe adem’ te krijgen, om op een nieuwe, bevrijde manier weer verder te leven. Daarmee vertelt het iets waar het in de bijbel voortdurend over gaat: over nieuw mens worden, opnieuw geboren worden, of het sterven van ‘de oude mens’ en het opstaan van de nieuwe. Dat alles heeft iets te maken met de moederlijke liefde waarmee in het evangelie Jezus mensen tegemoet treedt – en kwetsbare mensen, zieken, armen, psychiatrisch patiënten, maar ook verstokte rijken, godsdienstfanaten en ga maar door het leven terug geeft. Dat heeft iets te maken met de Geest die in het begin de aarde droog blaast en mensen het leven mogelijk maakt en werkelijk mens maakt (zie Genesis 1 en 2). En die – door alle lijden en problemen heen – ook het laatste woord zal hebben (zie de brief aan de Romeinen, hoofdstuk 8).

 

Wanneer Wende zingt over ‘de dood als moeder’ zie ik helemaal geen dood voor me: ik zie haar zelf, een mens, zich toebuigen naar haar stervende vriend. En ik zie ook moeder Theresa, die voor velen hetzelfde deed. Ik zie mensen in Krabbendam die er zijn voor anderen – en zo bij een medemens aanwezig zijn, waardoor die uit kan adem en op nieuwe adem komen kan. Het gaat in dit lied om liefde en ontferming, waardoor mensen kunnen loslaten en op een nieuwe manier weer verder kunnen. Het heeft iets te maken met de woorden van Jezus, wanneer Hij zegt: wie zijn leven wil behouden (uit angst), die zal het verliezen en wie het kan verliezen (het loslaten van je zorgen en angsten) die zal het vinden. Dezelfde Jezus zegt ergens: Komt allen tot mij met je moeiten en lasten… – Hij geeft vrede. We vallen nooit uit zijn liefde, horen we van Paulus in Romeinen 8: zijn liefde is sterker dan het kwaad en de dood. Zelfs als we van hier gaan vangt Hij ons op. Het lied van Wende lijkt wat dat betreft op een oud en steeds weer nieuw kerklied: ‘Veilig in Jezus’ armen’. – Van ons wordt gevraagd er zo voor elkaar te zijn als Hij er voor mensen was en is – daar gaat het eigenlijk om in een kerkgemeenschap, dat wij zijn handen en voeten zijn, zijn liefde belichamen.

Ik hoop dat we dit nieuwe jaar iets van deze moederlijke liefde zullen ervaren, dat die ons mens maakt. Ieder op zijn of haar weg. En dat die liefde ook vorm krijgt in onze maatschappij en kerkgemeenschap. Ik wens u de vrede van Christus!  Ds. P. Monsma